Danseresje

Beschrijving

Ernest Joachim
naar een ontwerp van Hans Claesen

Locatie
Oostburg, Raadhuisplein

Materiaal en afmetingen
Brons op een bakstenen sokkel. Het oorspronkelijke beeld was uitgevoerd in beton
Sokkel: 84 x 53 x 75 cm | Beeld: 135 x 40 x 50 cm

Na een tentoonstelling van beelden in Oostburg in 1954 kocht de toenmalige gemeente Danseresje van Hans Claesen. In 1995 werd het vervangen door een bronzen replica door Ernest Joachim.

Biografieën
Hans Claesen (Tilburg 1925 – Tilburg 1995), was beeldhouwer. Na de Tweede Wereldoorlog ving zijn opleiding aan bij de Koninklijke School voor Kunst, Techniek en Ambacht in ‘s-Hertogenbosch (1945-1948), gevolgd door de Akademie van Beeldende Kunsten in Den Haag (1948) en de Jan van Eyck Academie in Maastricht (1949-1953). In Tilburg is veel werk van hem in de openbare ruimte bewaard gebleven. Zijn onderwerpen zijn dieren, kinderen, mensen, plantaardige vormen en onderwerpen van religieuze aard. Claesen maakte veel opdrachten voor kerken en kloosters. Daarnaast maakte hij ook vrij werk. Over zijn werk zei hij ooit: “Ik sluit makkelijk hoofdstukken af. Dat heb ik ook met mijn beelden: als ik de laatste hand heb gelegd of de laatste tik heb gegeven, dan zeg ik: dit was het en nu komt het volgende.” Claesen was als docent Handvaardigheid (1971-1990) verbonden aan de Academie voor Beeldende Vorming Tilburg en de afdeling Tehatex van het Mollerinstituut in dezelfde stad.

Ernest Joachim (Maarssen 1949), is beeldhouwer. Hij volgde opleidingen aan de academies van Eeklo (1968-1970), Brugge (1970-1971) en Gent (1970-1972). De bronssculpturen van Ernest Joachim hebben de gaafheid, de sierlijkheid en de grilligheid van de natuur. Een onuitputtelijk thema, vertolkt in een vloeiende vormentaal. Zijn geabstraheerde, strak gelijnde volumes doen denken aan zowel bloemen en andere plantendelen, als aan skeletvormen van mens of dier. De uitvoering van de bronzen geeft de vormen, mede door het soms glanzend gepolijste oppervlak, een monumentaal karakter. Middels zijn beelden spreekt Ernest Joachim zowel zijn bewondering als verwondering uit over de schoonheid van de schepping.