Europese paarden

Beschrijving

Pierre-Jules Mêne

Locatie
Aardenburg, Herendreef

Materiaal en afmetingen
Brons
Elk paard is: 100 x 130 x 25 cm

Geplaatst door de Stichting Cultureel Aardenburg.

Onthuld op 8 september 2001 tijdens Open Monumentendag door wethouder J. Boogaard.

Biografie
Pierre-Jules Mêne (Parijs 1810 – Parijs 1879) wordt tegenwoordig beschouwd als de meest succesvolle negentiende-eeuwse beeldhouwer van dieren. Hij maakte deel uit van een Franse groep beeldhouwers die bekend staat als Les Animalières. Al op jonge leeftijd leerde hij metaal te bewerken en te gieten in de werkplaats van zijn vader die zich gespecialiseerd had in lampen en decoratieve elementen voor meubels en klokken. Pierre-Jules Mêne was in Parijs vaak in de Jardin des Plantes te vinden om de planten- en dierenwereld te bestuderen, te tekenen en schaalmodellen te maken. Hij werd leerling bij de beeldhouwer René Compaire.

In 1837 richtte hij een eigen atelier op. Hier ontstonden zijn eerste dierfiguren: paarden, koeien, schapen, geiten, enzovoorts. Vanaf 1838 presenteerde hij die met succes in de Salons des Beaux Arts en later op verschillende wereldtentoonstellingen waar hij meer dan eens onderscheiden werd.

Mêne specialiseerde zich in kleine bronzen figuren van hoge kwaliteit. Zijn werk viel bijzonder in de smaak bij de gegoede burgerij. Daardoor was hij niet alleen artistiek, maar ook commercieel succesvol. Dit succes werd nog versterkt doordat hij met zijn schoonzoon, Auguste-Nicolas Cain, ook beeldhouwer van dieren, een catalogus van hun werk samenstelde waaruit objecten besteld konden worden. Hierdoor raakte het werk van Mêne over heel Europa verspreid. Na Mêne’s dood in 1879 verwierf de gieterij Susse Frères de rechten op de reproductie van diens werk.

Over het kunstwerk
Het object bestaande uit twee paarden die om elkaar heen draaien, zijn een verwijzing naar het agrarische verleden van Aardenburg, de plaats ook waar de landbouwpionier G.A. Vorsterman van Oyen woonde. Vorsterman van Oyen was betrokken bij de pogingen de kwaliteit van het koudbloedpaard te verbeteren. Deze inspanningen resulteerden erin dat West-Zeeuws-Vlaanderen in de eerste helft van de twintigste eeuw een aantal fokkers van naam en faam van trekpaarden herbergde. Denk bijvoorbeeld aan de stallen De Dobbelaere uit IJzendijke of Aernoudts uit Sluis.